Willem Asman

Wondermans eindspel – hoe het verder ging

15 januari 2009
De boekpresentatie vindt plaats in de bovenzaal van café Reijnders op het Leidseplein. Mijn Boek 3, de prachtige door Studio Jan de Boer ontworpen omslag met de gele gloed, ligt in hoge stapels tegen de achterwand.
Al die mensen, al die verschillende sporen van mijn leven, plotseling verenigd.
Vraag: ‘Waar kent u de heer Asman van, als ik vragen mag?’
Antwoord: ‘Wimpie? Die ken ik al sinds hij geboren is.’
Mijn eerste interview heb ik die middag live op de radio gegeven, bij BNR. Twintig vragen, na vijf minuten sta je weer buiten. Het gaat ook niet om de antwoorden, maar om de snelheid.

Eerste exemplaar
Als het me om aandacht te doen is, kom ik die avond niets tekort. ‘Willem Asman is niet langer de schrijver die hij graag wilde zijn, noch de schrijver die schreef zoals hij meende dat Willem Asman zou moeten schrijven,’ mythologiseert mijn partner in crime Pieter Swinkels. En: ‘Opnieuw slaagt Willem er met zijn duivelse slimheid in je na te laten denken en je opnieuw naar de wereld om je heen te laten kijken, en net zoals in de beste What if -thriller, levert dat meestal een enigszins ontwrichtende ervaring op.’

‘Dit boek is een uitstekend glas wijn,’ zegt Pieter Hemels even later, ietwat beduusd met het eerste exemplaar in zijn hand, Swinkels’ stelling bevestigend, ‘met de laatste slok de smaak van droesem.’ Diep in de nacht leest hij zeven woorden aan zijn kinderen voor die ze meteen begrepen.

De ontvangst
Ik heb nooit mogen klagen over kritieken, maar Wondermans eindspel spant de kroon. Werkelijk overal wordt mijn derde bejubeld, van NRC, Trouw, de Volkskrant tot Panorama, KRO en Veronica, van Flair tot Elsevier en HP/De Tijd, van het Dagblad van het Noorden tot het Brabants Dagblad. Ook in de diplomatieke wereld oogst ik lof. Hoeveel vergelijkingen met John le Carré kan een schrijver overleven? ‘Wondermans eindspel beantwoordt jaloersmakend en tot in de perfectie aan de eisen die je aan het genre kunt stellen,’ verklaart Tomas Ross publiekelijk, als hij zijn onvrede uit over de Gouden Strop 2009. ‘Asmans bevlogen boodschap voor de wereld’ (Gijs Korevaar) en ‘Asman heeft zijn eigen genre geschapen’ (Jürgen Joosten) vind ik ook mooi. Gelukkig houdt de Vrij Nederland Thriller- en Detectivegids als enige stand: ‘merkwaardig boek’ (Hans Knegtmans).

De eerste stapel spot ik ditmaal zelf, tijdens het feestje van Simone van der Vlugt op 20 januari 2009, in boekhandel Kooyker te Leiden. Mijn eerste live koper is ook een collega (Loes den Hollander). Als ik twee weken later Selexyz Scheltema op het Spui binnenloop, om Linda Polman (De crisiskaravaan) te kopen, besef ik pas hoe geweldig die stapel in Kooyker was: er liggen er bij de zogeheten kwaliteitsboekhandel welgeteld vier, ergens ver weg, in een hoekje, na unanieme rave reviews.

‘Is uw boek een aanklacht?’ wordt me vaak gevraagd. Als ik dat ooit al dacht, ben ik genezen na het lezen van Linda Polman. De titel van Hoofdstuk 1, meteen al, geeft me kippenvel (Stel… je krijgt een telefoontje). Boem. Wat een verbluffend boek. En wat ben ik blij dat ik het niet eerder las, dan hadden alle voorbeelden die Polman noemt nog in Wondermans eindspel gemoeten.
De discussie wel-of-niet-ingrijpen speelt, zo lees ik, als sinds de oprichting van het Rode Kruis. Florence Nightingale of all people was tegen, en stak het niet onder stoelen of banken. Als we de hulp aan de strijdende partijen verbeteren, was haar redenatie, verlengen we de vijandelijkheden.
Dat vond ze in 1863. Anderhalve eeuw geleden. Logisch dat er niemand meer luistert.
Hoewel ik hoorde dat het Rode Kruis Gijs Korevaar nog op hoge poten belde, naar aanleiding van het interview met mij in het Algemeen Dagblad (31 januari 2009) onder de kop ‘Ik eis dat het Rode Kruis gaat nadenken.’
Bij Oba Live ben ik twee uur tafelheer. Tip: doe een rondetafelgesprek alleen als de deelnemers ongeveer hetzelfde idee hebben over het gespreksonderwerp. Maakt het uit? Nee, met het oog op de tijd babbelen we voort, net of wij het gesprek wel begrijpen.

Ook nieuw: mijn primeur uitnodiging voor het Boekenbal! Op 10 maart 2009 groeten we in de Stadsschouwburg Beau van Erven Dorens en Hans van Mierlo vriendelijk, roken een sigaretje op het bordes naast Jules Deelder en vermaken ons met de drukte rond de camera’s.

Power of Plots
Ongeloof, verbijstering, woede en een oproep tot het vermoorden van juryleden en opheffen van de prijs. Die tref ik in mijn inbox na de bekendmaking van de nominaties voor de Gouden Strop 2009. NRC en Trouw spreken schande. Hartverwarmend, zulke reacties, jawel. Maar wat moet je ermee? De longlist van de meest prestigieuze Nederlandse prijs in ons genre blijkt voor Wondermans eindspel het hoogst haalbare. Want was het nog wel een thriller? voorspelde de NRC al (Gert-Jan de Vries).
Ben ik teleurgesteld? Teleurgesteld doesn’t begin to describe it. Maar niet lang. ‘Jury’s horen onbegrijpelijk te zijn,’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Dat is de magie van juryprijzen. Als we het zelf wel eens konden worden, hadden we hun niet nodig.’ En: ‘Het enige dat erger is dan een jury die het bij het verkeerde einde heeft, is een jury die gaat uitleggen waarom ze gelijk heeft.’
Geloof ik het zelf? Jawel hoor, ik ben namelijk de voorzitter. Voor het genre en de prijs, vijf nooit eerder genomineerden, en eindelijk een vrouwelijke Nederlandse winnaar, was het de beste uitslag die we ons konden wensen. Beter in elk geval dan weer een voorzitter. 
En gaat het mij dan om de prijs?
Waarom dan wel?

Jan Pronk
Het was in één woord geweldig om hem te ontmoeten. Onverwacht, misschien omdat ik me mentaal ook had voorbereid op de meest eigengereide en gelijkhebberige versie van mijn fictieve Jaap Vos. Asman maar weer eens verstrikt in zijn eigen wereldje.
‘U heeft nooit voor de VN gewerkt of in de politiek? U bent nooit in Afrika geweest? En u heeft Jan pronk nooit ontmoet?’ Vragen van ongeloof en bewondering, die ik met enige trots aanhoorde. Ik had nog geprobeerd hem voor het debat te spreken te krijgen, maar dat was vanwege drukte aan zijn kant niet meer te regelen.
Jan Pronk spreekt openhartig over Afrika, de VN, en last but not least over zichzelf, zijn rol en de betrekkelijkheid ervan. Open, charmant, vriendelijk, genereus, anders kan ik hem niet omschrijven. Een ‘respectvolle, intieme ontmoeting tussen twee kenners en liefhebbers’, noemt een toeschouwer het achteraf. Tenslotte – detail – is Jan Pronk bijzonder lovend over mijn boek. Noemt hij moeiteloos zes aspecten uit mijn boek die hem als zeer accuraat hadden getroffen. Het telefoontje van Kofi Annan! jazeker dat is hem overkomen, tweemaal zelfs, zo gaat dat.

Mijn vader is erbij, handen worden geschud. Uiteraard is ook hij trots om zoveel redenen, het rode nest nog even in volle glorie. En Pronks vrouw Tineke. ‘Sommige passages,’ vertelt ze M, ‘heeft Jan meerdere malen gelezen zo goed vond hij ze.’ En privé was er inderdaad een hoge prijs betaald, bijvoorbeeld toen Jan Pronk drie jaar in Darfoer verbleef en zij niet mee mocht wegens veiligheid.
Mooi detail: hun zoon belde vanuit Uruzgan ‘Pa er is een boek geschreven over je’. Pa schrok daarvan, geeft hij toe.
‘Ik heb er heel in het begin over gedacht u te bellen,’ zeg ik.
‘Goed dat u dat niet heeft gedaan,’ antwoordt hij.
Hoe hij het heeft volgehouden?
‘Ik heb er dertig jaar geleden voor gekozen,’ antwoordt Jan Pronk. ‘En daarna was het eigenlijk out of my hands.’
Ik ben er stil van.

De Diamanten Kogel
Bijna net zo stil als ik op 24 november 2009 ben, bij de bekendmaking van de winnaar van de Diamanten Kogel 2009. Als de stem van juryvoorzitter Henri-Floris Jespers klinkt, en als ik hoor hoe hij spreekt over mijn boek, weet ik dat ik heb gewonnen. ‘Het geraffineerde machts- en misleidingsspel, de genadeloze werkelijkheid en het slagveld van goede bedoelingen; de hoofdpersoon wentelt rond, wordt bedrogen, bedreigd, geconfronteerd en afgemat, en blijkt aan het eind een ander soort held dan in de verwachting lag,’ leest hij voor uit het juryrapport. ‘In de nuchtere, realistische en schrijnende evocatie van de nadagen van Wonderman is Willem Asman zonder meer geslaagd. Maar de auteur weet ook en vooral de Afrikaanse realiteit over het voetlicht te brengen. Voor oningewijden vaak onbegrijpelijk maar Asman maakt het inzichtelijk, dank zij een combinatie van informatie en inzicht, ingebed in spanning, hoewel niet de geijkte spanning en zeker zonder de overdrijvingen die het genre zo typeren en soms ontsieren. Met Wondermans eindspel voegt Willem Asman een sterke psychologische misdaadroman toe aan zijn twee eerdere titels. Zowel De Cassandra Paradox als Britannica bleken het werk van een creatieve geest met een scherpe en stilistisch sterke pen. Wondermans eindspel, een intelligent boek dat inzicht verschaft in een complexe materie, bevestigt dit talent in overtreffende trap.’

(WA maart 2010)
Naschrift (december 2009): Wondermans eindspel figureert rond de feestdagen in televisiecommercial VVV om Nederland 1, 2 en 3, met dank aan Ilse Alblas (Hemels van der Hart)







De Bezige Bij Cargo