Willem Asman (1959, Amsterdam)
behaalde in 1978 zijn diploma Atheneum B aan het Montessori Lyceum, studeerde een blauwe maandag Nederlands, deed toelatingsexamen voor de toneelschool, en studeerde in 1985 af aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Gedurende vijftien jaar was hij werkzaam bij Oracle Corporation, het op een na grootste softwarebedrijf ter wereld. Hij is oprichter en eigenaar van een adviesbureau voor change management en communicatie. Samen met Paul Joosten ontwikkelt en verzorgt hij workshops Storytelling in Business (www.dutopia.nl). Sinds najaar 2008 is Willem Asman voorzitter van het GNM, het Genootschap voor Nederlandstalige Misdaadauteurs.
Het woord
‘Ik ben mijn leven lang al in de ban van het woord, in geschreven en gesproken vorm. Van jongs af aan zag ik mijn vader opstaan, tegen zijn glas tikken, en telkens voelde ik dat magische moment van verwachting, van stilte rond de tafel. Thuis was het woord in overvloed aanwezig – boeken en platen. Lang voor ik het begreep citeerde ik woord voor woord Wim Kan, Seth Gaaikema, Ivo de Wijs, en later Sjef van Oekel. Tot Neerlands Hoop alles vóór en na hen overrompelde. Nog steeds raakt de stem van Bram (‘Het is een wedstrijd’). En sla ik met bewondering Freeks voortdurende bevlogen worsteling gade tussen dominee, nar, boegbeeld tegen wil en dank. Ik vind het overigens boeiender als hij op zoek is; wanneer hij denkt het te hebben gevonden, verslapt mijn aandacht (en weet ik het beter – dat zegt trouwens iets over mij, niet over hem). Al luisterend, imiteren, leerde ik over ritme, timing, stiltes.’
Lezen
‘Schrijven is ook lezen, afkijken, uitproberen. Door Rob van Dijk ben ik op het Montessori Titaantjes gaan lezen, Nooit meer slapen en Lampo’s De komst van Joachim Stiller. Door Het behouden huis en de Revisormaffia heb ik lange tijd gedacht dat het pas ‘een echt boek’ is als er zoveel mogelijk onbegrijpelijke Nabokovmussen van de daken vallen. Van mijn middelbare schooltijd herinner ik me van mijn eigen hand dan ook vooral overmoedige pogingen tot korte verhalen: geen kop, geen staart, vol overdadige symboliek en misplaatste woordspeligheid. Recent pas ben ik serieuzer gaan lezen. Ik leg boeken niet meer na dertig pagina’s weg, maar wil begrijpen waarom ik het “niks” vind. Het is leerzaam en confronterend – een vergrootglas op mijn eigen blinde vlekken.’
Engelstalig
‘Voor mijn plezier – in mijn idee destijds nog iets heel anders dan ‘een echt boek’ – las ik lange tijd voornamelijk Engelstalig. We waren lid van de ECI, dus Konsaliks kwamen ook voorbij, maar al snel ontdekte ik op de boekenplanken Maclean, Chandler, Sanders, McBain, later Clavell, Parker, Hillerman, Leonard, Grisham, Crichton, de korte verhalen van Cain, Poe, Dahl. Nog steeds sla ik geen Forsyth of Le Carré over. De openingsscènes van Bonfire of the Vanities: verpletterend.’
King
‘Stephen King raakt en inspireert me zeer direct en zeer persoonlijk op bijna elke pagina die ik van hem lees, zelfs als het verhaal rammelt of het onderwerp me niet aanspreekt. On writing is meer dan een leerboek voor mij.’
Hollywood…
‘Ik ben een Hollywood-adept. Ik ben opgegroeid met Star Wars en Indiana Jones. Tegelijk gruwel ik haat-liefdevol van de dark side van de VS, zoals blootgelegd door de geniale dwarsligger/manipulator Michael Moore.'
… maar Hollywood met een twist
‘Soms word ik moe van mezelf. Waarom altijd die chaos, in elke zin een slimmigheidje. Waarom kan ik niet ‘gewoon’ schrijven over een superheld die de wereld redt, of over een samenzwering van duistere machtige mannen? Waarom ben ik niet lang genoeg geboeid door beeldschone sidekicks en morsige smerissen? Waarom blijf ik mythes tegenkomen, hoe banaal de scène ook is waarin ik mijn hoofdrolspelers laat acteren? Als ik een hoofdstuk begin met een doodgewoon persoon, dan is het in alinea twee al ‘de mensheid’, in het volgende hoofdstuk een andere planeet, en binnen twintig pagina’s tweeduizend jaar geleden. Hoe zit dat toch in mijn hoofd? Waar komen ze vandaan, die verbanden tussen grote gebeurtenissen, de grote vragen van macht en onmacht, schuld en onschuld, dader en slachtoffer, oorzaak en gevolg, leugen en waarheid, maar dan omgekeerd. Het is een voortdurend gevecht tussen mezelf juist wel of juist niet serieus nemen.’
Begin en einde
‘Einde en begin – is er een verschil? – zijn bij mij tot het allerlaatste moment in beweging. Een deadline helpt, bijna letterlijk, een verbod. Wanneer zet ik de finale punt? vind ik nog niet zo eenvoudig. Overigens ben ik een sucker voor een hoopvol einde: mijn hoofdpersonen mogen worstelen, maar ze moeten wel boven komen. Toch lijken ze het liefst met open ogen, vanuit de beste bedoelingen en met volle overtuiging precies het tegenovergestelde te bereiken van wat ze nastreven.’
Hét idee is een sprookje
‘Het romantische beeld van schrijven als wachten op het Eureka-moment, de briljante ingeving, en dan hopla aan de slag op je zolderkamertje, bestaat wat mij betreft niet. In mijn ervaring zitten die ideeën vooraf me voornamelijk in de weg.’
(WA, november 2005)